Bijbel Studie Kring

Afdrukken

Indeling BSK Boven-Hardinxveld 2020-2021

Vragen voor elke Bijbelstudieavond.

 

Brieven van de apostel van de liefde Johannes

Algemene indeling eerste brief:

Na een soort inleiding van Johannes komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. Belijdenis van zonde en verzoening
  2. De liefde van God en het antwoord daarop van onze liefde tot God en elkaar
  3. De antichrist en de dwaalleraren
  4. Het kind van God zijn en wat dit behoort te betekenen in het leven van elke dag
  5. Wat het geloof uitwerkt in het leven
  6. Het gebedsleven van een christen

Opmerkelijk is het woordje waarheid in deze 3 brieven van de oude apostel van de liefde. Zo zouden we de hoofdstukken ook kunnen indelen:

1 Johannes 1: waarheid en licht

1 Johannes 2: waarheid en de wereld

1 Johannes 3: waarheid en gerechtigheid

1 Johannes 4: waarheid en liefde

1 Johannes 5: waarheid en leven

2 Johannes: waarheid en verleiding

 

3 Johannes: waarheid en gemeenschap

 

1e avond: Achtergronden van deze brief. Schrijver, adressering en waarom deze brieven zijn geschreven en wanneer enz. O.a. n.a.v. 1 Joh. 1: 1-7.

Vragen BSK 1e avond:

  1. In de eerste 4 verzen geeft Johannes een apostolisch getuigenis. Hij heeft aanschouwd, getast, gezien en gehoord. Wat bedoeld de apostel met deze woorden?
  2. Wat is gemeenschap met God en wat is gemeenschap met elkaar? ( O.a. vers 3, 6 en 7)
  3. Waar spreekt onze belijdenis van de kerk over gemeenschap met God en elkaar?
  4. Wat kunnen wij doen aan de verborgen omgang met God en de gemeenschap met God? ( Zie bijv. HC. zondag 21, formulier Heilig Avondmaal en 2 Kor. 1:7)
  5. Licht en duisternis. Van Wie heeft Johannes geleerd om over dit thema te spreken? Zoek eens voorbeelden op in de Bijbel.

 

2e avond:  Zonde en het belijden van de zonde,  en het leven van de heiligmaking. N.a.v. 1 Joh. 1:8-H. 2:1: 1- 17 en 24-29.

Vragen BSK 2e avond:

  1. Langs welke weg, op welke wijze  krijgen wij deel aan de verzoening van Christus?
  2. Calvijn vertaalt het Griekse woordje in vers 1 hoofdstuk 2 “indien” met “omdat “. Welk verschil ligt hierin?
  3. Welke inhoud heeft de naam “Parakleet” of Voorspraak vers 1 hoofdstuk 2 voor u en wat betekent dit in ons persoonlijk leven?
  4. Welke plaats behoort de strijd tegen de zonde in ons leven te hebben? Kunnen wij in ons leven een zonde overwinnen? ( Zie o.a. 12:13-14, H. 4:4 en H. 5:4 en Rom. 12:1)
  5. Welke dingen kunnen in ons persoonlijk leven of in het leven van de gemeente ons afhouden van het blijven in Hem?

 

3e avond: De waarschuwing tegen dwaalleraren en de antichrist. N.a.v. 1 Joh. 2: 18-23 en hoofdstuk 4:1-6.

Vragen BSK 3e avond:

  1. Kunt u iets zeggen over de grote bedreiging in de gemeente in de dagen van Johannes? Kunnen wij de lijn doortrekken naar vandaag de dag?
  2. Onze vaderen hebben geschreven dat de roomse kerk de antichrist was en is. Klopt dit wel? ( Zie vers 22-23 hoofdstuk 2)
  3. Spreek over deze stelling: De islam is dé antichrist!
  4. Zie vers 2 hoofdstuk 2. Wat betekent dat de zalving te hebben van de Heilige en alle dingen te weten?
  5. Zie vers 1 hoofdstuk 4. Hoe beproef je nu die geesten of ze uit God zijn of niet?

 

4e avond BSK: De kenmerken van een kind van God en hoe openbaart dit in het leven. N.a.v. 1 Joh. 3: 1-17 en hoofdstuk 4: 7-20.

Vragen BSK 4e avond:

  1. Vers 1 van hoofdstuk 3 spreekt over “kinderen van God geworden”. Verwezen worden naar Joh. 1:12. Die tekst geeft weer licht op deze tekst. Het woord aannemen is soms verdacht in onze kringen. Toch komt het 30 X voor in het NT. Hoe moeten wij het aannemen en het kind van God zijn duiden?
  2. Lees Rom. 8: 14-17. Welke lessen liggen er in dit Schriftgedeelte t.a.v. het kind zijn van God?
  3. Reageer op deze stelling: “In de prediking moeten de kenmerken van Gods kinderen aanbod komen.”
  4. Zijn er gevaren aan kenmerkenprediking? Zo ja welke?
  5. Zie vers 10 van hoofdstuk 4. Welke troost ligt er voor u in dat er staat: Niet wij maar Hij! Waar in de Heilige Schrift komt dit net wij maar Hij ook zo duidelijk naar voren?

 

5e avond BSK: Het geloof en zijn vruchten. N.a.v. 1 Joh. 5:1-13.

Vragen BSK 5e avond:

  1. Wat is de relatie van het geloof en de wedergeboorte? Zie vers 1 hoofdstuk 5.
  2. Aan de ene kant belijden wij dat het geloof een gave van God is en een vrucht van de Heilige Geest. Aan de andere kant lezen we bij Johannes vaak: Opdat gij gelooft! Hoe verhouden die twee zich tegenover elkaar? ( Zie bijv. Ef. 2:8 en Ps. 95: 4 ber.)
  3. In vers 7 komt de Drie-eenheid naar voren. Hoe functioneert deze Drie-eenheid in uw persoonlijk leven?
  4. Vers 10 spreekt over ongeloof als God tot een leugenaar maken. Het getuigenis van God over Zijn Zoon in twijfel trekken. Wat zeggen deze woorden u?
  5. Waarom wordt elke gelovige aangevochten en bestreden? Is twijfel ook aanvechting?

 

6e avond BSK: Het gebedsleven van een christen. N.a.v. 1 Joh. 3: 18-24 en hoofdstuk 5: 14-21.

Vragen BSK 6e avond:

  1. Lees van hoofdstuk 3 de verzen 20 en 21. Hoe veroordeeld ons hart onszelf voor God? En hoe komen we aan die vrijmoedigheid in het naderen tot God?
  2. Het geloof zegt vers 23 is een gebod van God. hoe moeten we dat zien terwijl we van huist uit niet kunnen geloven?
  3. Wat is de verhouding tussen het gebed en het gebod? Vers 22 en 24 hoofdstuk 3.
  4. Lees de verzen 14 en 15 van hoofdstuk 5. Bidden in overeenkomst met Gods wil. Wanneer weet je dat?
  5. Hoe kunnen wij onszelf bewaren van de afgoden? ( Griekse woord luidt: Eidoolen waar ons woord idolen is van afgeleid)

 

Indeling van de 2e brief van de apostel Johannes

Vs. 1a: In Gods waarheid liefhebben

Vs. 1b-3: Gods waarheid kennen

Vs. 4-6: In Gods waarheid wandelen

Vs. 7-11: Gods waarheid beschermen

Vs. 12-13: Slot en groet

 

7e avond BSK: De waarheid van God is de enige waarheid.

Vragen BSK 7e avond:

  1. Johannes noemt zichzelf een ouderling. Hij schrijft aan de kerk deze brief. Hij spreekt in vers 1 twee keer over waarheid. Wat is de betekentis van de waarheid kennen en liefhebben die de waarheid kennen?
  2. Wandelen in de waarheid. Vers 4. Hoe doet u dat?
  3. Blijven in de leer van Christus schrijft Johannes in vers 9. Wat bedoelt Johannes hiermee? En, hoe doet u dit?
  4. Mag je, op grond van vers 10 en 11,  iemand van bijvoorbeeld de Jehovagetuigen niet in huisnemen en/of groeten?
  5. Johannes spreekt ook vaak in zijn brieven over de blijdschap van het geloof. Wat is de inhoud van deze geloofsblijdschap? Is het waar dat er in onze gemeentes betrekkelijk weinig van deze blijdschap is?

 

Indeling van de 3e brief van de apostel Johannes

Vs. 1a: Vs. 1: Inleiding

Vs. 2-8: Hoe het wel hoort

Vs. 9-10: Hoe het niet hoort

Vs. 11: Aansporing

Vs. 12: Aanbeveling van Demetrius

Vs. 13: Slot en groet

 

8e avond BSK: Blijven bij de waarheid!

Vragen BSK 8e avond:

  1. Bespreek de wens van de apostel aan Gajus van vers 1 eens met elkaar. Let op de overeenstemming van ziel en lichaam. ( HC zondag 1)
  2. Vers 7 spreekt van uitgaan in de Naam des Heeren. Getuigen van Zijn liefde. Hoe brengen wij dat in de praktijk? ( Denk ook aan het ambt aller gelovigen)
  3. In de verzen 9-11 hanteert de apostel de tucht. Waarom is die Diotrefes zo verwerpelijk? Zien we ook overeenkomsten met degene die niet aan het Heilig Avondmaal mogen komen? ( Zie formulier?
  4. Tucht komt van een woord dat  trekken betekent. Wat zou dat betekenen?
  5. We hebben de brieven van Johannes doorgenomen. Wat is het belangrijkste wat u er van geleerd hebt?

 

Indeling van de brief van de half broer van Jezus de apostel Judas.  Sleutelwoord van de brief is  "bewaren."

vs. 1+2       De zegengroet. De gelovigen worden in de Heere Jezus Christus bewaard.

vs. 3+4       De reden van deze brief: Opdracht: Bewaar het geloof dat u is overgeleverd.

vs. 5-7        Afgedwaalden worden bewaard tot het oordeel, schildering van het eind gericht!

vs. 8-19      Voorbeelden van mensen die het geloof niet hebben bewaard.

vs. 20-23    Opdracht om jezelf te bewaren in de liefde van God.

vs. 24+25    Jezus Christus kan ons alleen voor struikelen bewaren.

Globale indeling van de brief:

vs. 1+2           Inleiding.

vs. 3-23          Waarschuwingen tegen afdwalen.

vs. 24+25       Slot.

 

Vragen BSK 9e avond:

  1. In vers 1 schrijft Judas drie kerkwoorden: Geroepen, geheiligd en bewaard. Wat zegt deze drieslag ons? Hoe licht het werk van de Heilige Geest op in deze drieslag?
  2. Judas geeft in de verzen 6 aandacht aan de engelenwereld. Wat weten wij van de engelenwereld? Zijn zij ons tot troost? Wat is de kern van de opstand van de verkeerde engelen? Is dat herkenbaar?
  3. In de verzen 7 en 8 geeft Judas vier fasen waarlangs de zonde zich aandient. Welke vier zijn dat? Ga deze trefwoorden nog eens na en hoe actueel zijn deze zaken in onze tijd?
  4. In de verzen 9 en 10 lezen wij dat de engel Michaël twist met de duivel over het lichaam van Mozes. Daar staat niets van in de Bijbel. Wat voor reactie roept dat bij u op? Waarom wilde de duivel het lichaam van Mozes hebben?
  5. In vers 11 worden drie verhalen genoemd uit het OT. Wat was de weg van Kain, de verleiding van Bileam en de tegenspraak van Korach? Wat zeggen deze namen ons over de voortgang, afglijding van het pad van de zonde?
  6. Lees vers 20 en 21. Er staan vier kernwoorden in deze verzen. Je zelf opbouwen in het geloof, bidden in de Geest, jezelf bewaren in Gods liefde en verwachtende Gods barmhartigheid. Kijk naar de volgorde. Wat zegt dit u? Hoe maken we deze woorden tot praktijk in het leven?

 

10e avond is een onderwerp gerelateerd aan advent en kerst.

 

 

 

Indeling BSK Boven-Hardinxveld 2019-2020

Vragen voor elke Bijbelstudieavond.

1e avond BSK 9 januari 2020 Gods oproep tot bekering. H. 6 en 7.

  1. Onze Heidelberger spreekt van: Ellende, verlossing en dankbaarheid. Geef voorbeelden uit de Schrift dat deze volgorde Bijbels is in de ware bekering tot God.
  2. Noem een aantal vruchten van ware bekering.
  3. Wat is een schijnbekering. ( zie vers 4) Hoe blijkt het gevaar hiervan duidelijk uit Matth. 12:43-45?
  4. Wat bedoelen we met de uitdrukking: Adamskind en met de uitdrukking: Abrahamskind? Kunnen die twee uitdrukkingen van toepassing zijn op één en dezelfde persoon? ( Zie vers 7)
  5. Heeft vers 11 van hoofdstuk 7 nog betekenis voor het politieke leven van vandaag? Zo ja welke?
  6. Wat zegt vers 13b en 14a over het gebed in hoofdstuk 7? Wat is een gelovig gebed?

 

2e avond BSK 30 januari 2020 De Bittere gevolgen van de zonde. H. 8 en 9.

  1. Klinkt de bazuin van het oordeel van God vandaag wel voldoende door in de prediking? Ziet u de noodzaak daarvan in en de consequenties als het weinig of niet meer gedaan wordt. ( Welke zonden roepen heden ten dage Gods oordelen op?)
  2. In vers 1 horen wet en verbond bij elkaar. Leg dat eens nader uit vanuit de Bijbel.
  3. Vers 2 van hoofdstuk 8 roept op tot zelfonderzoek. Hoe onderzoeken wij ons zelf? Waarom is dat nodig? ( Te denken valt aan zelfonderzoek voor het Heilig Avondmaal en bovenal voor de eeuwigheid)
  4. In vers 8 van hoofdstuk 9 wordt gesproken over een wachter. Komen we de wachter meer tegen in de Schrift? Wat was de functie van z`n wachter? Zijn er heden ten dage nog zulke wachters?
  5. Wat is de bedoeling van het gebed van Hosea in vers 14? Weet u nog meer voorbeelden in de Bijbel van mensen die intreden bij God voor het volk? Verhoort God altijd?

 

3e avond BSK 20 februari 2020 Een blik in Gods hart! H. 10 en 11.

  1. De Heere wijst in hoofdstuk 10 drie keer de zonde en ongerechtigheid aan. Welke? Waarom deed de Heere dat? ( Niet uit het oog verliezen!)
  2. In vers 9 en 10 gaat het opnieuw over Gibea. ( Zie ook H. 9:9) over welke schanddaad gaat het in Richteren 19?
  3. Waar in de Bijbel wordt nog meer gesproken over de zonde van homoseksualiteit? Is er verschil tussen homofile en homoseksualiteit? Hoe moeten we als christen omgaan met mensen met een andere geaardheid?
  4. Lees ook Exodus 19:1-8 en Deuteronomium 32:8-12. Welk beeld gebruikt de Heere daar voor Zijn zorg voor Zijn volk? Hoe komt dit beeld overeen met Hosea 11:3?
  5. In vers 8 hoofdstuk 11 wordt gesproken over Gods berouw. ( Zie ook Gen. 6:6 o.a.) Wat wil dat zeggen dat God berouw heeft? Is God dan niet onveranderlijk?

 

4e avond BSK 12 maart 2020 De God van Jacob! H. 12 en 13.

  1. Lees ook Ps. 146:5. Wat betekent de uitdrukking de God van Jacob? Op welke manier ligt daar troost in voor zondaren?
  2.  Wat bedoelen we als we zeggen: Wij moeten ons Pniël leren kennen?
  3. Langs welke weg verkreeg Jacob de zegen? Zie vers 5. Wat betekent het woordje: Ons is datzelfde vers 5?
  4. Op welke manier heeft God Zichzelf laten kennen in de woestijn aan Zijn volk Israël? Heeft dat ook betekenis voor ons?
  5. Vergelijk Hosea 13:14 met 1 Kor. 15:55-57. Ziet u verschillen? Wat betekenen deze woorden.

 

5e en laatste avond 2 april 2020 God hersteld de gemeenschap met Hem Zelf! H. 14.

  1. In de verzen 3 en 4 horen we wat een ware bekering inhoudt. Vergelijk dat eens met HC vr. antw. 117. Welke overeenkomsten ziet u?
  2. Zie vers 6a. Ik zal Israël zijn als de dauw. Wat bedoeld de Heere hiermee? Ziet u het beeld erin van de Heilige Geest? Zo ja hoe dan?
  3. Zie vers 5. Hoe kan de Heere zondaren vrijwillig liefhebben? Waar is de toorn van God dan “gebleven”?
  4. Uw vrucht is uit Mij gevonden. Vergelijk deze tekst met Joh. 15 vers 5. Wat leert ons dat?
  5. Wat leert het slotvers van het boekje Hosea ons?
  6. Kunt u in het kort samenvatten wat de inhoud nu is van het profetenboekje Hosea? Hebt u er in het afgelopen seizoen wat van mogen leren?
Thursday the 1st.                                                                                                                                                                                     inloggen
Commission Junction Review.